Eva Voortman - Insideout softball science, mei 2020

Gooien, smijten of werpen? Pitchen van top tot teen naar de top - Fase 4 landing stridebeen tot release

Wat heb je allemaal nodig om hard te gooien? Nou eigenlijk alles, van de grote teen van de afzetvoet tot de hand in je handschoen, en van de teen van de landingsvoet tot de vingertop van je werphand. Om de bal optimaal te kunnen versnellen moet je de vingers van je werphand zo snel mogelijk laten gaan en dat moet dan dus letterlijk vanuit je grote teen komen. Waarom dat zo is en hoe je van die teen naar je vingers je lichaam kan versnellen ga ik de komende weken uitleggen aan de hand van bevindingen uit wetenschappelijke artikelen in combinatie met mijn ervaring als pitcher(trainer). Deze week: Fase 4 - landing stridebeen tot release

 

Het begin ligt dus bij het einde. Zo eindigde het vorige artikel, en zo begint deze. Het is wat ongebruikelijk om bij het einde te beginnen. De reden om het toch te doen is de nadruk die de vierde fase verdient. De vierde fase is de belangrijkste fase, deze fase bepaalt hoeveel energie uit je lichaam wordt doorgegeven aan de bal(snelheid). De eerste drie fases laden het lichaam als het ware op, fase 4 geeft de gegenereerde energie door aan de bal. Even simpel gezegd heb je vrij weinig aan de eerste fases als je de laatste niet goed doet.

 

Fase 4 dus, de landing van het stridebeen tot release. De landing van het stridebeen is een belangrijke factor voor het verloop van de kinetische keten. Oliver en Plummer (2011) en Seldon (2015) deden onderzoek naar de grondreactiekrachten van het stridebeen. De grondreactiekrachten zijn de krachten die vanuit de grond (door de landing) op het lichaam werken. Voor zowel de verticale (Oliver en Plummer, 2011 en Seldon, 2015) als de horizontale grondreactiekrachten (Seldon, 2015) werden correlaties gevonden. Opvallend is dat Seldon (2015) ook een, zwakke, correlatie vond voor de snelheid van de toename van de grondreactiekrachten. Dit wil zeggen, hoe snel de krachten werden opgevangen. Ondanks dat het een zwakke correlatie is, is het interessant dat opnieuw de timing van de elementen een factor is.

 

Logischerwijs wordt er voor de armrotatiesnelheid een correlatie gevonden met balsnelheid (Malek et al. 2015) in de vierde fase. Opvallend is dat Spomer et al. (2001) geen verschil vonden tussen pitchers die gooiden met een hoge snelheid en pitchers die gooiden met een lage snelheid, als het ging om gewrichtsflexiehoeksnelheden (ja, dit is zeker een goed woord voor woordspellen). Oliver et al. (2010) deden onderzoek naar de rotatiesnelheid van de werparm en de balsnelheid. Er bleek hier een verschil te zijn tussen beginnende pitchers met gemiddeld ervaren en ervaren pitchers, maar tussen de gemiddeld ervaren en ervaren pitchers was er geen significant verschil meer te vinden. Daar lijkt een mooie rol voor trainers te liggen, een verbetering van de kwaliteit van de trainingsuren (ervaring).

 

Dat was weer een wat snelle stap van armsnelheid naar een rol voor trainers. Even terug de keten in. De keten wordt ingezet vanaf de landing van het stridebeen en eindigt in het loslaten van de bal. Als wordt aangehouden dat er in armsnelheid geen verschil te vinden is tussen gemiddeld ervaren en ervaren pitchers, dan zorgt blijkbaar het aantal gooi uren niet direct voor een verschil in balsnelheid. Een hogere kwaliteit training zou hier dus mogelijk een verschil kunnen maken.

 

Trainers dus, wat kunnen die dan doen? Het belangrijkste punt, wat hopelijk uit deze artikelen ook duidelijk wordt, is het gebruiken van het hele lichaam, de aspecten die het eigen is en de focus vooral op fase 4, het moment van de toepassing van de kinetische keten.  

 

Zoals hopelijk nu ook duidelijk wordt ging een groot deel van de eerdere artikelen eigenlijk over fase 4 van de werpbeweging. Het volgende artikel gaan we naar fase 1, de juiste start voor een optimale pitch. Waarom we nu van het einde direct weer naar het begin gaan? Omdat een goed begin nog altijd het halve werk is.

 

Volg je het nog? Heb je een vraag? Je kunt mij bereiken via @eva.voortman en info@evavoortman.nl.

 

Tot de volgende!

Eva

 

 

Referenties.

 

Malek, Alexander, Andrew Gibbons, Sherry Backus, Howard Hillstrom, Stephen Fealy, en Andreas Kontaxis. „The Effect of Shoulder Kinetmatics on Pitch Velocity and Accuracy in High School Softball Pitchers.” The Effect of Shoulder Kinetmatics on Pitch Velocity and Accuracy in High School Softball Pitchers. Washington: George Washington University (2015). 1.

 

Oliver, GD, PM Dwelly, en Y-H Kwon. „Kinematic motion of the windmill softball pitch in prepubescent and pubescent girls.” Journal of Strength and Conditioning Research 24, nr. 9 (2010): 2400-2407.

 

Oliver, G. D., & Plummer, H. (2011). Ground reaction forces, kinematics, and muscle activations during the windmill softball pitch. Journal of sports science , 29 (10), 1071-1077.

 

Seldon, M., Hodapp, B., & Fischer, D. (2015). The relationship between ground reaction force and softball pitch velocity. International Journal of Exercise Science , 12 (1), 24.

 

Spomer, S., Conley, C., & Bird, M. (2001). A comparison of high and low velocity pitchers in fastpitch softball. A comparison of high and low velocity pitchers in fastpitch softball (pp. 112-115). University of San Francisco: Biomechanics Symposia.

Contact: 

info@evavoortman.nl

  • Twitter - Black Circle
  • Facebook - Black Circle
  • Instagram - Black Circle

@eva.voortman

© 2015 by EVA VOORTMAN

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now